Selecteer een pagina

Op begraafplaats De Nieuwe Ooster herinnert een monument aan een bijzondere kunstenares en marketeer avant la lettre.

Naftalie Hershler (1969) is sociaal ondernemer, schrijver en curator-kunsthistoricus. ‘Bij mij is alles gericht op social impact. Ik houd me bezig met educatie, technologie, mensenrechten en kunst. En ik ben de zelfbenoemd beschermheer van de Amsterdamse Joffers, een groep virtuoze kunstenaressen.’

Het Fijn ding van Naftalie is het grafmonument voor Thérèse Schwartze (1855-1918), gemaakt door haar zuster Georgine Schwartze (1854-1935), dat oorspronkelijk op begraafplaats Zorgvlied stond. Thérèse was een beroemd portretschilderes en een zelfstandige en geëmancipeerde vrouw en Georgine was beeldhouwster. Ze kwamen uit een kunstzinnige, gefortuneerde Amsterdamse familie die op de Prinsengracht woonde. ‘Als je eind 19de, begin 20ste eeuw heel bemiddeld was en dat wilde laten weten aan anderen, liet je een portret maken van jezelf en je kinderen. Zo’n portret was enorm duur: het kostte evenveel als een arbeiderswoning. Thérèse Schwartze was daar heel handig in. Behalve een begenadigd kunstenares had ze ook een groot gevoel voor marketing.’

Na de dood van haar vader, Johann Georg Schwartze, kocht ze de omringende panden op de Prinsengracht. Ze wilde de zolders samenvoegen om haar atelier uit te breiden. Daarvoor had ze natuurlijk elke onbenullige architect kunnen vragen, maar Thérèse koos bewust voor Pierre Cuypers, de ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station. ‘Dan konden de mensen die poseerden tegen hun rijke vrienden zeggen: “Nou ik ben er geweest hoor, en het is verbouwd door Cuypers!” Alles voor haar image en promotie.’

Thérèse portretteerde onder anderen de toen nog piepjonge Wilhelmina. ‘Omdat het licht op paleis Het Loo haar niet beviel, liet ze het prinsesje naar Amsterdam komen. Speciaal voor dit koninklijk bezoek werd op zolder een toilet aangelegd.’

De kunstenares trouwde toen ze al in de vijftig was met Anton van Duyl, hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad. ‘Thérèse is kinderloos gebleven, maar ze was een soort pleegmoeder van haar nichtjes Thérèse en Lizzy Ansingh. Lizzy kwam al als klein meisje op het atelier van haar tante. Lizzy zou later een Amsterdamse Joffer worden, een groep kunstenaressen die studeerden aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Aan het einde van de 19de eeuw dronken de joffers op zaterdagmiddag thee bij Thérèse Schwartze. Na haar dood zette Lizzy die traditie voort.’

Het 2 meter lange marmeren grafmonument van 2500 kilo heeft een wonderlijke geschiedenis. ‘Het heeft als inzending van een tentoonstelling van kunstenaarsvereniging Sint Lucas in de hal van het Stedelijk Museum gestaan en daarna een zwervend bestaan geleid. Uiteindelijk is het hier op De Nieuwe Ooster terechtgekomen, waar Thérèse in 1922 is herbegraven. Ik vind het prachtig. Het beeldt haar af alsof ze vredig ligt te slapen. Het is ook symbolisch: er liggen papavers op, die staan voor het eeuwige leven. Er wordt wel eens gezegd dat je twee keer sterft.  Als je je fysieke lichaam verlaat en de tweede keer als je vergeten bent. Dat gebeurt Thérèse voorlopig niet.’

Jos Verdonk

Grafmonument van Thérèse Schwartze van Georgine Schwartze, 1922. Begraafplaats De Nieuwe Ooster, Kruislaan 126 (vak 36, nummer 42a)