Selecteer een pagina

Zie ik het nou goed? Wie als Sammy van Ramses Shaffy omhoog kijkt op de Wibautstraat, lijkt een luchtspiegeling te zien.

Jan-Bert Vroege (1975) is stadsdeelbestuurder voor D66. Bij stadsdeel Oost is hij onder meer verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, monumenten en erfgoed, en kunst en cultuur. ‘Ik ben een bovengemiddelde kunst- en cultuurconsument: ik ga graag
naar het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan ’t IJ en naar bioscopen en musea. Werk-technisch zijn alle kunstvormen mij even lief, maar ik houd het meest van ballet en opera.’

Vroege groeide op in Benschop, tussen Utrecht en Rotterdam, en woont al in Amsterdam Oost sinds de jaren negentig, toen hij bedrijfskunde studeerde aan de Vrije Universiteit. ‘Aan de VU hebben veel politici gestudeerd. Femke Halsema en Wouter Bos bijvoorbeeld. Ik heb nog les gehad van Jan Peter Balkenende.’

Het viel voor Vroege niet mee om te bepalen wat zijn Fijn Ding zou worden. ‘Oost heeft veel kunst in de openbare ruimte staan. Het Oosterpark is een heuse beeldentuin als je er doorheen loopt. Sommige kunstwerken hebben een bijzondere betekenis, zoals het Nationaal Slavernijmonument en De schreeuw van Jeroen Henneman, ter nagedachtenis aan Theo van Gogh. Maar denk ook aan het kleurige diversiteitsmonument Samen zijn wij Oost, onder het spoorviaduct tussen de Eerste Van Swindenstraat en de Javastraat.’

Na rijp beraad koos Vroege voor het kunstwerk Fata Morgana van Iris Le Rütte, dat sinds 2005 het spoorviaduct over de Ringvaart en de Wibautstraat siert. Het zijn drie stalen silhouetten van dromedarissen, die dromerig langs de spoorbaan lopen in de richting van het Amstelstation. ‘Mijn keuze heeft te maken met verwondering. Ineens waren ze er. Je weet niet goed wat je ziet, totdat je er een keer bij blijft stilstaan. De functie van kunst is verbazing en verwondering oproepen. Dat doet dit. Tegelijkertijd geeft het een vrij nikserig, anoniem stukje Wibautstraat een bepaalde identiteit.’ De dromedarissen van Fata Morgana werden geplaatst nadat de kunstenaar een prijsvraag van de gemeente Amsterdam had gewonnen. De kiem van het kunstwerk was een foto van de locatie bij de Wibautstraat waarop de kunstenaar drie dromedarissen had getekend.

Vroege: ‘Bij dromedarissen denk je al gauw aan het oosten, dus het is passend dat ze die kant opgaan. De wijzen uit het oosten waren ook met zijn drieën en ik heb vroeger heel lang pakjes Camel gerookt, waarop een dromedaris stond. Gelukkig ben ik al lang gestopt.’ Doordat het kunstwerk zo hoog staat en geen achterkant heeft, vallen de lucht en het licht meer op, zegt de stadsbestuurder. ‘Toen wij vanmorgen de foto maakten, scheen de winterse zon heel mooi. En in het najaar heb je van die rooie avonden. Prachtig als de zon er dan van achter op schijnt.’

Jos Verdonk