
In het Tweede Marnixplantsoen probeert een metalen meneer zonder hoofd al meer dan veertig jaar tevergeefs tram 10 te halen.
Gunay Uslu (1972) werd geboren in Haarlem en verhuisde op haar twaalfde naar Amsterdam. ‘Ik wilde als kind de eerste vrouwelijke premier worden, want op tv zag ik allemaal mannen over vrouwen beslissen.’ Gunay studeerde cultuurwetenschappen aan de UvA, werd daar universitair docent en was van 2022 tot 2023 staatssecretaris van Cultuur en Media.
Tegenwoordig is Gunay Uslu de hoogste baas van Corendon. ‘Dat heb ik in mijn studententijd samen met mijn broer Atilay opgericht. In 1997 zijn we begonnen als klein teletekst-reisbureautje. Dat was nog voor internet opkwam.’
Zelf ging Gunay als kind elke zomer met vakantie naar Turkije. ‘Ik kreeg dan in de auto geschiedenisles van mijn vader. Dan vertelde hij over Duitsland, de Tweede Wereldoorlog en Oostenrijk. Daarna ging het over Maarschalk Tito – “Die houdt Joegoslavië bij elkaar!” – en over Griekenland en de mythologie. En als we Europa achter ons lieten, ging het over de Trojaanse Oorlog. Elk jaar twee keer, heen en terug. Het is dan ook geen toeval dat ik ben gepromoveerd met een proefschrift over Troje.’
Haar dochter haalde haar uiteindelijk over om staatssecretaris te worden. ‘Ik was nog niet eens lid van D66 en kreeg een paar dagen bedenktijd. Ze zei: “Ik zie eigenlijk alleen maar angsten. Sinds wanneer laat jij je daardoor leiden?” Mijn moeder, nu 86, denkt nog altijd als die gastarbeidster van toen en zei: “Je hebt hier zoveel kansen gekregen en nu kun je iets terugdoen. Ga die verantwoordelijkheid aan, mits je mij om de zoveel tijd komt ophalen met je dienstauto, en de chauffeur de portier voor me laat openen. Dan zwaai ik nog even naar de buren en dan gaan we een rondje rijden.”’.
Het Fijn Ding van Gunay Uslu is het beeld De blauwe vioolspeler dat in het Tweede Marnixplantsoen staat. ‘Op de fiets naar de Montessori-mavo en later havo – ik ben zo’n stapelaar – was voor mij een goeie manier om Amsterdam te leren kennen. Dan fietste ik langs dat beeld. De man met de vioolkoffer wordt het ook wel genoemd, of Man probeert lijn 10 te halen. Ik vind dat beeld gewoon heel geestig, omdat het lekker in beweging is.’
Het beeld wordt net als Het Boomzagertje in het Leidsebosje door kunsthistorici toegeschreven aan iemand die inmiddels De Onbekende Beeldhouwer wordt genoemd. ‘Het is een cadeau van iemand en we weten niet van wie. Ik vind juist dat speelse, dat vrije en rebelse leuk.’
Als tiener kwam Gunay erachter dat er nog meer manieren waren om Amsterdam te ontdekken. ‘Mijn grote zus Meral zat al op de filmacademie. Zij heeft mij de wereld laten ontdekken. Terwijl andere kinderen werden voorgelezen, zat ik in de nachtbioscoop naar artistieke films te kijken. Toen ik 13 was, stond ik te dansen in de Mazzo. Amsterdam was toen nog meer dan nu een gayparadijs. Dat was voor mij ook veilig, als jonge meid.’
De blauwe vioolspeler (1982), toegeschreven aan ‘De Onbekende Beeldhouwer’, Tweede Marnixplantsoen bij de Raampoortbrug (brug 165), Amsterdam.

Beeld: George Maas