De ietwat betuttelende architecten van De Amsterdamse School droegen ertoe bij dat arbeiders geenscheve schaats reden.
Rob Koning (1952) studeerde klinische psychologie aan de VU en was tijdens zijn werkzame leven als onderzoeker en later manager verbonden aan een psychiatrisch ziekenhuis. Hij houdt van muziek, architectuur en kunst. Maar het meest houdt Rob van schaatsen. ‘Ik ben pas serieus gaan schaatsen toen mijn vader mij zijn handgemaakte Noren cadeau deed. Die waren te groot, dus gingen er twee paar sokken in. Mijn opa had die schaatsen geritseld bij Jaap Havekotte. Hij was de op-
richter van Schaatsfabriek Viking. Mijn opa was een bobo bij de Zutphense IJsvereniging.
Zo kenden die twee doende elkaar.’ Rob schaatst in de winter twee keer per week, afwisselend op de Jaap Edenbaan en IJsbaan Haarlem. ‘Voor mij is schaatsen iets magisch. Als je goed in de slag valt – zo praten wij schaatsers daarover – is het zo’n mooie beweging. Dat is zó lekker, joh!’
Het Fijn Ding van Rob Koning is een venster van architect Piet Marnette in de vorm van een Friese doorloper. Het is te zien in een gevel aan de Kloveniersburgwal, op steenworp afstand van de Oudemanhuispoort. ‘Ik ben Amsterdammer en fiets er vaak langs, en ik heb er eigenlijk nooit een schaats in gezien. Maar ik vind het mooi, want dit is typisch Amsterdamse School.’ Februari is de maand van de Olympische Winterspelen. ‘Die volg ik al sinds Ard Schenk en Keesie Verkerk. Dan schreef je thuis voor de buis de rondetijden mee. Ard Schenk was de adonis van de twee. Mijn zus had niks met schaatsen maar was wel helemaal leip van Ard Schenk. Ze had allemaal affiches van hem aan de muur. Mijn huidige favoriet is Femke Kok. Die schaatst zo mooi en technisch zo perfect.’
Het is hier op de Klovenierswal tijd voor de onvermijdelijke Mart Smeets-vraag: Wat gaat er door je heen, als je hier zo staat? Rob grijnst. ‘Ik ben Amsterdammer – dat is één – en ik ben een schaatser. Voor mij was deze uitnodiging aanleiding om terug te kijken op mijn schaatsgeschiedenis. Dat van die ouwe schaatsen, al die familiedingen. En ik heb een schaatsclubje. Dat heb ik ooit zelf bedacht. We zijn nu nog met een man of tien en heten Voorheen Ome Jaap, naar een van onze eerste coaches. Tegenwoordig is Herco onze trainer. Hij wordt niet betaald, maar krijgt na afloop zijn biertjes gratis.’
Jos Verdonk
Venster in de vorm van een schaats (1927), van architect Piet Marnette (1888-1948), Kloveniersburgwal 76-80.