Selecteer een pagina

Op een steenworp afstand van het Leidseplein trekken zo’n veertig bronzen varanen, agamen en leguanen in een plantsoentje veel bekijks.

Rob Dumont (1961) is naar eigen zeggen “24/7” in dienst bij de dierenambulance en daarnaast eindverantwoordelijk voor Reptielenopvang Zwanenburg. Dat is sinds 1983 het opvangadres voor alles wat kruipt, klautert, glibbert en koudbloedig is. Dat Rob dit werk doet, is een klein wonder. ‘Ik ben voor honderd procent afgekeurd, want ik had allang dood moeten zijn. In 2017 is uitgezaaide longkanker bij me geconstateerd. De meeste mensen die dat krijgen, zijn binnen anderhalf jaar dood, maar ik ben gewoon te eigenwijs.’

Het begon voor Rob niet met reptielen, maar met een vogelspin. ‘Toen vrijwilligers van de dierenambulance hoorden dat ik thuis een raar beest had, kwamen ze naar me toe en zeiden: “Wij hebben twee rare beesten in de auto.” Ik dacht leuk, twee spinnen erbij, maar toen kwamen ze aansjouwen met een terrarium met twee gifslangen van 2 meter.’ Rob is in principe elke dag op de opvang aanwezig. Gelukkig krijgt hij hulp van een team vrijwilligers en stagiairs. Op dit moment zijn er ongeveer driehonderd koudbloedigen aanwezig.

Het Fijn Ding van Rob is het kunstwerk Blauw Jan van Hans van Houwelingen op het Kleine-Gartmanplantsoen, tussen het Max Euweplein en het Leidseplein. ‘Ik heb me er een beetje in verdiept. Het is gemaakt ter ere van Jan Blauw. Dat was een Amsterdamse kroegbaas in de achttiende eeuw, maar hij hield er daarnaast een kleine dierentuin op na, te bezichtigen voor vier stuivers. Hij begon met een struisvogel, een kasuaris en een papegaai, en daar kwamen steeds meer dieren bij.

Jan Blauw was een kroegbaas met een dierentuin. Voor vier stuivers mocht je erin

Honderd jaar later werden er ook andere dieren tentoongesteld en uiteindelijk zelfs ‘roodhuiden’ – dat zijn Indianen – en een dwerg. Ja, dat kon toen nog! We wordt weleens beweerd dat deze Menagerie Blauw Jan een voorloper van Artis was.’ Volgens de kenner zijn de kruipende dieren in het plantsoen voornamelijk varanen, leguanen en agamen. ‘Het zijn er best veel. Ik heb ze net geprobeerd te tellen en kwam één keer op 38 uit en twee keer op 39 uit. Maar mijn favoriete reptiel staat hier niet tussen. Dat is de gabon-pofadder en die is heel wat enger. De gevaarlijkste dieren die wij op dit moment hebben, zijn een cobra, drie ratelslangen en een gewone pofadder.’ De bronzen reptielen in het plantsoentje trekken veel bekijks. Ze worden vrijwel continu door passanten gefotografeerd. Wat verborgen blijft, is dat de reptielsculpturen stuk voor stuk op hun plek worden gehouden door betonblokken van 500 kilo. De levende reptielen van Rob komen in de opvang terecht omdat hun eigenaars niet meer voor ze kunnen zorgen, overleden zijn of hun huis uit moeten. Ze vreten Rob de oren van de kop. ‘We krijgen een kleine waarderingssubsidie van de gemeente, maar die is verre van toereikend. Ik koop bij de Lidl elke week voor 100 euro groente en fruit, vooral andijvie.’ Vorig jaar werden er 232 dieren bij de Reptielenopvang binnengebracht, waarvan 27 uit Amsterdam. Niet alleen reptielen, ook amfibieën, schorpioenen, vogelspinnen en zelfs goudvissen. ‘Het leukste was een tijgerpython van bijna 3 meter lang. Die was bij iemand in bed gekropen.’

Tekst Jos Verdonk Beeld Sandra Hoogeboom

‘Blauw Jan’ (1994) van Hans van Houwelingen (1957), Kleine-Gartmanplantsoen. Donaties zijn van harte welkom op NL16ABNA0606799486 t.n.v. Stichting Dierenhulpdienst Nederland. Zie ook reptielenopvang.nl